“Onze aanpak staat haaks op de gangbare manier van werken”

In gesprek over het project Klimaat Academie Rotterdam

De wereld van de gebiedsontwikkeling kent een vrij masculiene cultuur. Resultaatgericht dus: aan het eind moet er een gebouw staan of een weg liggen. Maar transities – zoals die naar duurzaam bouwen – hebben iets anders nodig. Uitzoomen, leren, transparant durven delen wat er niet goed gaat. Kickstad weet dat als geen ander. En biedt daarom ‘veranderaars aan boord’, die een paar jaar lang in een organisatie de transitie aanjagen. “Wij zijn niet van het dichttimmeren, maar gaan het gewoon doen.”

“Grote maatschappelijke veranderingen vragen om een heel andere manier van denken en werken”, zegt Jip Pijs, senior adviseur en teamleider Transities bij Kickstad. Bouwen binnen de grenzen van wat de planeet aankan, is zo’n verandering. “En als het om vernieuwing of innovatie gaat, is de reflex bij veel organisaties: we verzinnen een nieuwe norm, of een vinkje. Maar duurzame gebiedsontwikkeling is niet te vatten in een vinkje! Als dat zo zou zijn, hadden we dat allang uitgevonden. Nee, het vergt een radicaal open manier van samenwerken, want niemand weet nog hoe het precies moet. Daar is moed voor nodig. Wij ondersteunen de mensen die dat lef hebben.”

Jip Pijs – expert transitie bij Kickstad – projectleider Klimaat Academie Rotterdam voor de gemeente Rotterdam

Liever een lerende omgeving dan een statig pand

De reflex van iets in kaders willen vatten zag Jip ook gebeuren toen Kickstad door de gemeente Rotterdam werd gevraagd om een Klimaatacademie op te richten. “Het idee voor zo’n academie kwam voort uit het Plan van Aanpak Duurzaam Doorbouwen, waarin de gemeente samen met marktpartijen en corporaties werkt aan een duurzame bouwsector. In Parijs was de Académie du Climat geopend, in een statig pand middenin de stad. Dat leek Rotterdam ook wel wat. Maar ik dacht meteen: laten we nou niet teveel focussen op dat gebouw, het gaat erom dat we een lerende omgeving creëren, waarin we op een open manier kennis met elkaar delen. Bovendien voeren allerlei partijen in de stad al jaren het gesprek over duurzaam bouwen. Het zou een beetje arrogant zijn om te zeggen: wij zetten hier even de Klimaatacademie neer.”

Parijs in het klein

Jip pakte het daarom anders aan. En wel op de typische Kickstad-manier: groots denken, klein beginnen. “Ik ben met heel veel mensen gaan praten. Niet alleen met het netwerk van projectontwikkelaars, corporaties en bouwers, maar ook met culturele partijen en Hogeschool Rotterdam bijvoorbeeld. Op basis van die gesprekken keek ik welke activiteiten van de klimaatacademie in Parijs interessant zijn om hier in het klein te proberen. Om gaandeweg te ontdekken of we dat willen uitbouwen naar iets groters. Parijs heeft bijvoorbeeld een heel cultureel programma – wij organiseerden als eerste stap samen met het Architectuur Filmfestival Rotterdam een thema-avond rond duurzaam bouwen. Om een toekomstbestendige bouwcultuur te creëren, moet je iedereen erbij betrekken. Met een initiatief als dit bereik je net weer een ander publiek.”

Niet dichttimmeren, gewoon gaan doen

Hier en daar een impuls geven, omdat je gelooft dat dat uiteíndelijk leidt tot een grote verschuiving, staat haaks op de gangbare manier van werken bij een grote organisatie. “Die willen vaak alles dichttimmeren: eerst bedenken hoe het zou kunnen worden, en hoe je zo’n Klimaatacademie structureel organiseert. Maar daar kun je nog twee jaar op studeren, óf het gewoon gaan doen en intussen die vragen proberen te beantwoorden. Ik kreeg het vertrouwen van mijn opdrachtgever om dat laatste te doen.” Dat is meteen het verschil tussen Kickstad en verandermanagementbureaus, legt Jip uit. “Daar krijg je vaak een advies over hoe de governance van zo’n samenwerking eruit zou kunnen zien. Wij zetten die, samen met een breed netwerk, al doende op. Dat ze zo open durfden te zijn en me de ruimte gaven om dingen anders te doen – en dat zelfs waardeerden! – is echt de verdienste van de gemeente Rotterdam.”

Loslaten is lastig

Om een transitie te bewerkstellingen, kun je per definitie niet op de oude voet doorgaan, legt Jip uit. “Je moet richting durven geven, nieuwe dingen ondersteunen en oude durven afbreken, én werken aan nieuwe kennis en vaardigheden. Ik merk dat organisaties vooral moeite hebben met oude dingen afbreken. Ook bij de Klimaatacademie: op allerlei plekken binnen en buiten de gemeente worden workshops en cursussen aangeboden over duurzaam bouwen. Ik probeer al die initiatieven bij elkaar te rapen en te kijken hoe we samen met Hogeschool Rotterdam leren over duurzame gebiedsontwikkeling structureel kunnen organiseren. Niet alleen met lezingen en publicaties, maar ook door kennis direct toe te passen, bijvoorbeeld in een community of practice. Als je dat langjarig centraal aanstuurt, kun je de kwaliteit steeds verbeteren. Maar dat betekent ook dat partijen uiteindelijk hun eigen initiatieven moeten loslaten, hoe waardevol die ook zijn. Dat vinden veel mensen lastig.”

Procesgevoelig en intuïtief

Jip vertelt gepassioneerd over hoe hij bij Kickstad zijn kwaliteiten inzet voor de transitie naar duurzaam bouwen. Die passie is soms ook een worsteling, legt hij uit. “Het liefst wil ik aan alles en iedereen duidelijk maken waaróm die transitie zo belangrijk is. Maar soms is het slimmer om dat niet te doen en gewoon te zorgen dat ik dingen voor elkaar krijg. Dan verkoop ik het bijvoorbeeld aan een manager als ‘efficiënter geld uitgeven’.” Iets op de juiste manier weten te framen is typisch Jip. Net zoals procesgevoelig te werk gaan: de tijd nemen om iedereen te laten aanhaken en op tijd weten wanneer je iets een stapje hoger moet brengen. “Dan zeg ik tegen mijn opdrachtgever: ‘ik denk dat dit nu even in een managementoverleg moet’. Dat gaat puur op intuïtie.”